zondag 17 januari 2010

Schoon schip

Best heftig, dat was het.
Want: dan heb je besloten dat je zoiets gaat doen.
Maar dan komen er meteen allerlei prangende vragen op.
Zoals daar zijn:
houd je boek dicht onder de douche? Of houd je het open op de bewuste pagina? Of blader je er doorheen terwijl de stralen hun vernietigende werk doen? Haal je boek heel snel onder de stromende douche heen?
Of leg je het op de bodem neer en just watch it happen?

Smoesjes zijn het. Allemaal smoesjes.
Geen gezeur dus. Huppetee.

Eerst de paniek. Mijn boek wordt nat! En dan, na de eerste schade: wauw. Ik doe het!
Even ben ik weer zes en zit ik in de handvaardigheidsles op school.
Papier maché is het ding van de dag, en we gaan zo beginnen.
Op tafel repen krant, en die grote potten met slijmerige prut.
Behangplaksel.
En die aarzeling - daar ga je handen toch niet in stoppen?
En dat je dat dan toch doet,
en dat gevoel!

Viezig en slijmerig, maar ook:
bevrijdend.
Wat al vies is kan niet vies worden.
Wat je al kwijt bent, kan je niet verliezen.
Controle?
Misschien.
Overgave?
Zeker.

Mijn herinneringen aan papier maché zijn besmet.
Want dat knutselwerk moest om een opgeblazen ballon heen.
Die moesten drogen en een week later gingen we ze schilderen.
Ik zie het nog zo.
Al die gepapiermachéde ballonnen aan een waslijn.

Een week later.
We gingen naar handvaardigheid.
Maar voordat het zover was, had juffrouw Gonnie nog een mededeling.
Voor Karin was er een bijzondere verrassing.

Maar juffrouw Gonnie was gemeen.
Ze had een hekel aan me,
en dat was volkomen wederzijds.
Hoe krijg je de hele klas zover dat ze één kind gaat pesten?
Een gemene juf die de boel opstookt doet wonderen.

En ja hoor.
Al die ballonnen aan de waslijn.
Allemaal perfect opgedroogd,
en één verschrompelde.
De mijne was stukgegaan.
Dat was de verrassing.

Tot de dag van vandaag verdenk ik haar.
Dat ze op een dag na school erheen is geslopen,
met een breinaald.
Of zo.

Dit bedenk ik me allemaal terwijl de hete stralen boek strelen.
Ribbels, bobbels, boek wordt niet gespaard.
De voorkant begint om te krullen.

Als het genoeg is, leg ik boek snel buiten de douche.
Want: er moet wel boek overblijven.
Om onder te kotsen en te kliederen met koffie, modder en eten.
We moeten de komende weken nog wel wat te doen hebben.

Ik zeep me in en douche verder.
En bedenk me: zelf slopen voelt een stuk beter.
Beter dan lijdzaam afwachten hoe je kunstwerk er na een week uitziet.

Oh ja.
Tussen mij en juffrouw Gonnie is het nooit goedgekomen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen