vrijdag 5 februari 2010

Public place

Oh! De twijfels!
Keri zegt: hang Boek op openbare plek.
Keri zegt ook: opdrachten zijn open voor interpretatie.

Karin denkt: ophangen is eng!
Want: mensen snappen vast niet wat de bedoeling is.
Je moet er dus bij blijven zitten om het uit te leggen.
Stel, ook, trouwens, dat iemand het meeneemt!
Maar als je er bij zit, zie je wat ze tekenen.
Dan laat je de controle dus niet los.
En is dat niet juist het idee van deze opdracht?

Alternatief. Laat het boek rondgaan.
Klinkt een stuk behapbaarder.
Deze week heb ik een Open Coffee.
Een soort borrel, maar dan met koffie.
Is ook een openbare plek. Dus het telt.
Ik doe het gewoon.

Vol moed stap ik de ruimte binnen.
Allemaal koffiedrinkende mensen.
De moed zakt me in de schoenen.
Ze vinden me vast heel stom!
En kinderachtig!
Heb je dat rare kind weer.
Zij weer hoor.

Nee, nee, nee, inner critic.
Vandaag gaan we eens even niet naar jou luisteren.
Ik negeer je en stap - vooruit, dat mag toch? - op een bekende af.

Ik leg mijn verhaal uit en vraag:
'Wil je in mijn boekje tekenen?'
Ik voel me een kleuter.
'Juf, wil je in mijn poesie schrijven?'

Anyway.
Slachtoffer begint nu heel moeilijk te kijken.
Hij kan helemaal niet tekenen!
En hij is helemaal niet creatief!
En hij heeft helemaal geen inspiratie!
En wat moet hij dan tekenen?

Ik zie mijn kans schoon.
Ik leg het hem uit.
Het evangelie volgens Keri Smith.
Dat dat dus niks uitmaakt.
Dat dat nou juist het idee is.
Dat hij volgens mij ook nog wel een appeltje te schillen heeft met zijn inner critic.
Ik hoor mezelf praten en denk:
'Nou, nou, nou, moet dat nou zo belerend?'
Ah, daar was mijn eigen inner critic ook weer.
Nooit ver weg, the nasty bugger.

Slachtoffer durft het niet aan en geeft Boek terug.
Volgende slachtoffer pakt gretig de stift aan.
Hij wil Boek wel even doorgeven, zegt hij.

Ik loop weg bij Boek, want vind dat ik er niet bij mag blijven.
Ik zoek iemand anders op om mee te kletsen.
Maar ik ben er niet bij.
Continu schieten mijn ogen de zaal door.
Waar is Boek?
Gaat het wel goed met Boek?
Ligt Boek ergens?
En - the horror - krijg ik Boek nog wel terug?

Het gaat prima met Boek.
Ik zie een meneer gretig tekenen.
Dop in zijn mond, opperste concentratie.
Ik krijg Boek terug.
Pagina kan nog veel voller.

Ik voel me dapper.
Geef Boek gewoon weer uit handen.
En nog eens.
En weer.
Het wordt steeds makkelijker.

Het zijn niet de minsten, die Boek onder handen nemen.
Ik grinnik en ben eigenlijk best trots.

Als de zaal bijna leeg is, geef ik Boek nog eens aan het allereerste slachtoffer.
Zou hij misschien toch nog?
Ik zou het zo leuk vinden als?
Ah toe?

Hij zwicht.
Mag hij ook wat schrijven?
Tuuuuuurlijk mag dat.

Tevreden grijnzend wandel ik even later weer naar huis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen